O-ring dynamische afdichting pneumatiek werkt met lagere werkdrukken dan hydraulica, maar stelt hogere eisen aan de wrijving. Lucht smeert niet. Bij hydraulica vormt de vloeistof een smeerfilm op het afdichtingsvlak die de ring beschermt bij elke slag. Bij O-ring dynamische afdichting pneumatiek ontbreekt die film volledig, tenzij het systeem bewust wordt gesmeerd. Elke extra wrijving kost slagkracht of verstoort de positioneernauwkeurigheid van de aandrijving. De persing is daarom de laagste van alle inbouwtypen: 7 tot 13% van de snoerdiameter.
Dynamische radiale afdichting voor pneumatiek lijkt sterk op hydraulica, maar er zijn twee wezenlijke verschillen. Ten eerste is de werkdruk bij pneumatiek doorgaans lager, zelden boven 16 bar in industriële toepassingen. Dat verlaagt de eis aan de spleetbreedte en het materiaal enigszins. Ten tweede is het medium lucht, en lucht smeert niet. Bij hydraulische O-ringen zorgt de hydraulische vloeistof voor een smeerfilm op het afdichtingsvlak. Bij pneumatiek ontbreekt die film volledig, tenzij het systeem bewust wordt gesmeerd. De persing wordt bij pneumatiek darom iets lager ingesteld dan bij hydraulica, om de droogloopwrijving te beperken. Toch moet de ring altijd voldoende contact maken om de luchtstroom te blokkeren. Dat evenwicht bepaalt het ontwerpbereik voor de gleuf.
De zes gleufparameters zijn dezelfde als bij hydraulica: d2, t, b1, z, r1 en r2. De waarden van t liggen iets hoger dan bij hydraulica voor dezelfde snoerdiameter, wat resulteert in een nog lagere persing. De rest van de geometrie is vergelijkbaar. Het resultaat is een gleuf die de ring minder hard aanperst, wat de wrijving verlaagt ten koste van een licht verhoogd lekrisico bij schommelende drukken.
De snoerdiameter is het vertrekpunt voor de volledige gleufberekening, ook bij pneumatisch gebruik. Voor pneumatische cilinders worden doorgaans kleinere snoerdiameters gebruikt dan bij hydraulica, omdat de werkdrukken lager zijn en de constructie compacter. Gangbare maten zijn 1,78 mm, 2,62 mm en 3,53 mm voor standaard industriële pneumatiek.
De gleufdiepte bij pneumatiek ligt nog dichter bij d2 dan bij hydraulica. Bij d2 = 5,00 mm bedraagt t = 4,60 mm: een persing van slechts 8%. Bij hydraulica is dat 12% voor dezelfde snoerdiameter. Die extra 4% minder persing verlaagt de wrijving merkbaar, maar vergt een strakker afdichtingsvlak. De tolerantie op t is ook hier positief: de gleuf mag iets dieper, maar nooit ondieper.
De gleufbreedte is vergelijkbaar met hydraulica voor dezelfde snoerdiameter. Bij pneumatiek speelt twisting een nog grotere rol dan bij hydraulica, omdat de lagere persing de ring minder strak in de gleuf houdt. Houd b1 binnen de toleranties en gebruik nooit een gleuf die breder is dan de nominale waarde plus de tolerantie.
De afschuinlengte aan de insteekkant is identiek aan hydraulica. Bij pneumatische systemen wordt vaker met minder smering gewerkt, wat de kans op beschadiging bij montage verhoogt. Voer de afschuining altijd uit zoals in de tabel aangegeven: 15 tot 20 graden, lengte z afhankelijk van d2.
Persing pneumatiek: 7 tot 13% van d2. Lager dan hydraulica (9 tot 16%). Lagere persing vereist nog straktere oppervlakteafwerking.
Lucht smeert niet, maar veel pneumatische systemen gebruiken een olienevel of siliconenvet als smering. Dat verlaagt de wrijving en verlengt de levensduur van de ring aanzienlijk. Zonder smering slijt de ring sneller en is de wrijving bij elke slag hoger. De ruwheidseis voor het afdichtingsvlak bij dynamisch pneumatisch gebruik is Ra max. 0,4 µm (Rz max. 1,2 µm), dezelfde als bij hydraulica. Bij onvoldoende oppervlaktekwaliteit treedt slijtage al bij lage drukken op, zeker zonder smering.
NBR is de standaardkeuze voor pneumatiek bij kamertemperatuur met of zonder olienevel. EPDM wordt gebruikt bij systemen met stoom of waterdamp, of bij toepassingen zonder oliesmering waarbij NBR last heeft van uitdroging. FKM is de voorkeur bij agressieve gassen, hoge temperaturen of bij gebruik met chemische reinigingsmiddelen. Siliconen O-ringen worden gebruikt bij extreme temperaturen (beneden -50 °C of boven +150 °C) maar zijn minder slijtvastelastisch dan NBR of FKM.
Controleer de compatibiliteit van uw medium via de chemische weerstandsgids.
| d2 | t +0,05 | b1 +0,25 | r1 |
| 1,50 | 1,30 | 1,80 | 0,3 |
| 1,52 | 1,30 | 1,80 | 0,3 |
| 1,60 | 1,40 | 1,90 | 0,3 |
| 1,63 | 1,40 | 2,00 | 0,3 |
| 1,78 | 1,55 | 2,10 | 0,3 |
| 1,80 | 1,60 | 2,10 | 0,3 |
| 1,83 | 1,60 | 2,20 | 0,3 |
| 1,90 | 1,65 | 2,30 | 0,3 |
| 1,98 | 1,75 | 2,30 | 0,3 |
| 2,00 | 1,75 | 2,40 | 0,3 |
| 2,08 | 1,85 | 2,40 | 0,3 |
| 2,10 | 1,85 | 2,50 | 0,3 |
| 2,20 | 1,95 | 2,60 | 0,3 |
| 2,26 | 2,00 | 2,60 | 0,3 |
| 2,30 | 2,05 | 2,70 | 0,3 |
| 2,34 | 2,10 | 2,70 | 0,3 |
| 2,40 | 2,15 | 2,80 | 0,3 |
| 2,46 | 2,20 | 2,90 | 0,3 |
| 2,50 | 2,25 | 2,90 | 0,3 |
| 2,60 | 2,35 | 3,00 | 0,3 |
| 2,62 | 2,35 | 3,00 | 0,3 |
| 2,65 | 2,40 | 3,10 | 0,3 |
| 2,70 | 2,40 | 3,10 | 0,3 |
| 2,80 | 2,50 | 3,30 | 0,3 |
| 2,92 | 2,65 | 3,40 | 0,3 |
| 2,95 | 2,65 | 3,40 | 0,3 |
| 3,00 | 2,70 | 3,50 | 0,3 |
| 3,10 | 2,80 | 3,70 | 0,6 |
| 3,50 | 3,15 | 4,20 | 0,6 |
| 3,53 | 3,20 | 4,20 | 0,6 |
| 3,55 | 3,20 | 4,20 | 0,6 |
| 3,60 | 3,25 | 4,30 | 0,6 |
| 3,70 | 3,35 | 4,40 | 0,6 |
| 4,00 | 3,65 | 4,70 | 0,6 |
| 4,30 | 3,90 | 5,20 | 0,6 |
| 4,50 | 4,10 | 5,50 | 0,6 |
| 5,00 | 4,60 | 6,10 | 0,6 |
| 5,30 | 4,90 | 6,50 | 0,6 |
| 5,33 | 4,90 | 6,50 | 0,6 |
| 5,50 | 5,05 | 6,70 | 0,6 |
| 5,70 | 5,25 | 6,90 | 0,6 |
| 6,00 | 5,50 | 7,30 | 0,6 |
| 6,50 | 6,00 | 7,90 | 1,0 |
| 6,99 | 6,45 | 8,50 | 1,0 |
| 7,00 | 6,45 | 8,50 | 1,0 |
| 7,50 | 6,95 | 9,10 | 1,0 |
| 8,00 | 7,40 | 9,70 | 1,0 |
| 8,40 | 7,80 | 10,20 | 1,0 |
| 8,50 | 7,85 | 10,30 | 1,0 |
| 9,00 | 8,35 | 10,90 | 1,0 |
| 9,50 | 8,80 | 11,50 | 1,0 |
| 10,00 | 9,30 | 12,10 | 1,0 |
| 10,50 | 9,75 | 12,70 | 1,0 |
| 11,00 | 10,25 | 13,30 | 1,0 |
| 11,50 | 10,70 | 13,90 | 1,0 |
| 12,00 | 11,15 | 14,50 | 1,0 |
Lucht smeert niet, waardoor hogere contactdruk direct hogere wrijving geeft. Om de slag- en positioneernauwkeurigheid van de cilinder te handhaven, wordt de persing bewust laag gehouden. Dat vereist wel een strakker afdichtingsvlak.
Niet verplicht, maar sterk aanbevolen. Siliconenvet of een olienevel verlaagt de wrijving, verlengt de levensduur en vermindert de kans op twisting. Gebruik vet dat compatibel is met het rubber en met het medium.
De ring zelf kan hetzelfde zijn, maar de gleuf is anders gedimensioneerd. De gleufdiepte t is bij pneumatiek groter (lagere persing) dan bij hydraulica voor dezelfde snoerdiameter. Gebruik altijd de tabel die bij het inbouwtype hoort.
Bij een spleet van 0,15 mm en 80 Shore A is de maximale druk bij dynamisch gebruik circa 30 tot 63 bar. De meeste pneumatische systemen werken op 6 tot 16 bar, wat ruim binnen het bereik valt.