De O-ring driehoekige gleuf is de uitzondering. Voor de afdichting van O-ringen raden we altijd een rechthoekige gleuf aan, omdat die eenvoudiger te frezen is en meer tolerantie heeft voor kleine maatafwijkingen. Maar bij deksels of flenzen kan het om constructieve redenen noodzakelijk zijn een O-ring driehoekige gleuf te gebruiken, bijvoorbeeld als er onvoldoende materiaaldiepte is voor een volwaardige rechthoekige gleuf. In dat geval gelden andere parameters, minder vrijheidsgraden en strakkere toleranties. Gebruik hem alleen als de constructie het echt vereist.
Een driehoekige gleuf, ook wel V-gleuf genoemd, heeft een driehoekige doorsnede in plaats van de gebruikelijke rechthoekige vorm. De gleuf loopt taps toe naar de bodem. Bij het samenvoegen van de twee onderdelen wordt de O-ring in de hoek van de driehoek geperst en neemt het contact een bijzondere geometrie aan. De driehoekige gleuf wordt in de praktijk vrijwel uitsluitend gebruikt bij vlakke afdichtingen, zoals deksels op behuizingen of flenzen op aftapopeningen. De toepasbaarheid is dus smaller dan bij de rechthoekige gleuf. De reden dat fabrikanten toch voor deze gleufvorm kiezen, is bijna altijd constructief: er is onvoldoende diepte voor een volwaardige rechthoekige gleuf, of de geometrie van het onderdeel maakt een rechthoekige gleuf moeilijk te frezen. Gebruik de driehoekige gleuf nooit uit voorkeur, alleen wanneer de constructie het echt vereist.
De driehoekige gleuf is een noodoplossing met een goed gedefinieerd toepassingsbereik. Buiten dat bereik is de rechthoekige gleuf altijd de betere keuze: eenvoudiger te frezen, toleranter voor maatafwijkingen en beter bestand tegen variaties in montagekracht. Kiest u toch voor de driehoekige gleuf, dan moeten de toleranties worden nagekomen. Het is een ontwerp waarbij weinig marge is.
De driehoekige gleuf heeft slechts drie parameters: snoerdiameter (d2), gleufbreedte (b) en de bodemradius (r3). Er is geen aparte gleufdiepte t in de tabel, omdat de diepte bij een driehoekige gleuf direct volgt uit de gleufbreedte en de hoek van de gleuf. De tolerantie op b is alleen positief en neemt toe met de snoerdiameter. Dat is het enige vrije stuk in het ontwerp: iets breder mag, smaller niet.
De snoerdiameter is ook hier het vertrekpunt. De driehoekige gleuf is beschikbaar voor snoerdiameters van 1,50 mm tot 15,00 mm. De breedte b en de bodemradius r3 worden direct afgeleid van d2. Gebruik altijd de ring waarvoor de gleuf is ontworpen: een afwijkende snoerdiameter verandert de contactgeometrie volledig en geeft een onbetrouwbare afdichting.
De gleufbreedte is de enige parameter die direct in de tabel staat bij de driehoekige gleuf. De tolerantie varieert per snoerdiameter: +0,1 mm voor kleine maten (d2 tot 1,80 mm), oplopend tot +0,4 mm voor grotere maten (d2 boven 8,40 mm). Let op: deze tolerantie is asymmetrisch en alleen positief. Een te smalle gleuf geeft overmatige deformatie van de ring. Een te brede gleuf geeft onvoldoende contactdruk.
De bodemradius r3 loopt op van 0,3 mm bij kleine snoerdiameters tot 3,0 mm bij d2 = 15,00 mm. Dit is een aanzienlijk grotere radius dan bij rechthoekige gleuven. De reden is de contactgeometrie: bij een driehoekige gleuf rust de ring op de schuine flanken, en de bodem dient als geleidingsvlak. Een te scherpe bodem geeft puntvormige belasting in het rubber, wat leidt tot vroegtijdige beschadiging.
De driehoekige gleuf stelt hogere eisen aan de bewerkingsnauwkeurigheid dan de rechthoekige gleuf. De hoek van de gleufwanden moet correct zijn: een afwijkende hoek geeft een asymmetrische contactzone op de O-ring en daarmee een ongelijkmatige afdichting over de omtrek. Controleer na bewerking altijd de hoek van de gleufflanken, de bodemradius en de breedte b. Bramen op de overgang van de gleufflank naar het afdichtingsvlak zijn een direct risico voor de ring bij montage.
Oppervlak afdichtingsvlak: Ra max. 1,6 µm (Rz max. 6,3 µm). Dit geldt voor het vlakke afdichtingsvlak buiten de gleuf.
Gleufbodem: Ra max. 3,2 µm. De bodem van de V-gleuf mag iets ruwer zijn.
Gleufflanken: Ra max. 6,3 µm. De schuine flanken zijn het minst kritisch voor de ruwheid.
De materiaalkeuze voor de driehoekige gleuf is dezelfde als voor andere statische toepassingen: NBR voor standaardmedia, EPDM voor water en stoom, FKM voor agressieve chemicaliën tot +200 °C. Houd er rekening mee dat de contactzone bij een driehoekige gleuf smaller is dan bij een rechthoekige gleuf. Bij hogere werkdrukken is de contactdruk op het rubber daardoor hoger, wat de materiaaleisen iets aanscherpt.
Raadpleeg de chemische weerstandsgids voor compatibiliteit met uw specifieke medium.
| d2 | b | Tol. | r3 |
| 1,50 | 2,05 | +0,1 | 0,3 |
| 1,60 | 2,20 | +0,1 | 0,3 |
| 1,78 | 2,40 | +0,1 | 0,3 |
| 1,80 | 2,40 | +0,1 | 0,3 |
| 1,90 | 2,60 | +0,1 | 0,4 |
| 2,00 | 2,70 | +0,1 | 0,4 |
| 2,20 | 3,00 | +0,1 | 0,4 |
| 2,40 | 3,20 | +0,15 | 0,4 |
| 2,50 | 3,40 | +0,15 | 0,5 |
| 2,60 | 3,60 | +0,15 | 0,5 |
| 2,62 | 3,60 | +0,15 | 0,5 |
| 2,65 | 3,60 | +0,15 | 0,5 |
| 2,70 | 3,70 | +0,15 | 0,6 |
| 2,80 | 3,80 | +0,15 | 0,6 |
| 3,00 | 4,10 | +0,2 | 0,6 |
| 3,10 | 4,20 | +0,2 | 0,6 |
| 3,50 | 4,80 | +0,2 | 0,8 |
| 3,53 | 4,80 | +0,2 | 0,8 |
| 3,55 | 4,80 | +0,2 | 0,8 |
| 3,60 | 4,90 | +0,2 | 0,9 |
| 3,70 | 5,00 | +0,2 | 0,9 |
| 4,00 | 5,50 | +0,2 | 1,2 |
| 4,30 | 5,90 | +0,2 | 1,2 |
| 4,50 | 6,20 | +0,2 | 1,2 |
| 5,00 | 6,80 | +0,25 | 1,2 |
| 5,30 | 7,20 | +0,25 | 1,4 |
| 5,33 | 7,30 | +0,25 | 1,4 |
| 5,50 | 7,50 | +0,25 | 1,5 |
| 5,70 | 7,80 | +0,25 | 1,5 |
| 6,00 | 8,20 | +0,3 | 1,5 |
| 6,50 | 8,80 | +0,3 | 1,7 |
| 6,99 | 9,60 | +0,3 | 2,0 |
| 7,00 | 9,60 | +0,3 | 2,0 |
| 7,50 | 10,20 | +0,3 | 2,0 |
| 8,00 | 10,90 | +0,3 | 2,0 |
| 8,40 | 11,40 | +0,3 | 2,0 |
| 8,50 | 11,60 | +0,4 | 2,0 |
| 9,00 | 12,50 | +0,4 | 2,5 |
| 9,50 | 13,10 | +0,4 | 2,5 |
| 10,00 | 13,70 | +0,4 | 2,5 |
| 10,50 | 14,30 | +0,4 | 2,5 |
| 11,00 | 15,00 | +0,4 | 2,5 |
| 12,00 | 16,50 | +0,4 | 3,0 |
| 15,00 | 20,40 | +0,4 | 3,0 |
Alleen als een rechthoekige gleuf constructief niet haalbaar is, bijvoorbeeld bij onvoldoende materiaaldiepte of bij een bestaand onderdeel waarbij uitfrezen structureel bezwaar oplevert. In alle andere gevallen is de rechthoekige gleuf de betere keuze.
Bij correcte uitvoering is de afdichtingsprestatie vergelijkbaar. Maar de driehoekige gleuf heeft minder tolerantie voor maatafwijkingen en stelt hogere eisen aan de bewerkingsnauwkeurigheid. De kans op fouten is groter.
De standaardtabel loopt van d2 = 1,50 mm tot d2 = 15,00 mm. Buiten dat bereik zijn er geen genormeerde maten beschikbaar.
Bij de rechthoekige gleuf is de tolerantie op de gleufbreedte b1 een vaste +0,25 mm. Bij de driehoekige gleuf varieert de tolerantie per snoerdiameter, van +0,1 mm voor kleine maten tot +0,4 mm voor grote maten. Raadpleeg altijd de maattabel voor de specifieke maat.